Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.

5.8. Ik merk voorts op dat ten overstaan van het Hof geen beroep is gedaan op schending van art. 6 lid 3 sub a EVRM. Dat is niet zonder belang, aangezien de eisen die uit art. 6 lid 3 sub a EVRM voortvloeien met betrekking tot de eerlijkheid van het proces, niet naadloos samenvallen met de eisen die op grond van art. 261 Sv aan de tekst van de tenlastelegging moeten worden gesteld. De informatie waarop de verdachte op grond van art. 6 lid 3 sub a EVRM recht heeft, kan ook anders dan door middel van een tenlastelegging worden verstrekt, zodat het feit dat niet alle details van de beschuldiging in de tekst van de tenlastelegging zijn opgenomen, nog niet wil zeggen dat de verdachte onvoldoende is geïnformeerd over de "nature and cause" van het gemaakte verwijt.(5) Dat brengt mee dat een beroep op de schending van genoemde verdragsbepaling een onderzoek van feitelijke aard vergt dat zich niet kan beperken tot de tekst van de tenlastelegging en waarvoor daarom in cassatie geen plaats is. Ik meen mij daarom te mogen beperken tot de vraag of het oordeel van het Hof dat de tenlastelegging voldoet aan de eisen van art. 261 Sv de toets der kritiek kan doorstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 26667 tot 27851.