Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.
5.13. Belangrijk in dit verband is dat de in het vorige punt onder (b) vermelde eis voortvloeit uit hetgeen de Hoge Raad in het bedoelde arrest vooropstelt, namelijk dat de desbetreffende wetstermen op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis hebben. Dat betekent dat de eisen die de Hoge Raad stelt aan een op art. 240b lid 1 Sr toegesneden tenlastelegging niet zo maar mogen worden veralgemeniseerd. Hetzelfde geldt mogelijk voor de aanbevolen werkwijze. Als het probleem van de onvoldoende feitelijke betekenis niet speelt, lijkt tegen een globale aanduiding van de gedragingen waarop de tenlastelegging betrekking heeft, minder bezwaar te bestaan. In dit verband kan worden gewezen op de weinig precieze wijze waarop het verhandelen van harddrugs pleegt te worden tenlastegelegd. De Hoge Raad lijkt daarmee geen moeite te hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 33632 tot 34480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f | shasum -a 256