Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4852.

5.19. Ik herhaal daarbij nog maar eens dat het precieze aantal transacties waaraan de verdachte zich zou hebben schuldig gemaakt, bij de onderhavige wijze van tenlasteleggen in het midden kan blijven. Het heeft dan ook weinig zin om op alle transacties waarvan in het dossier wordt gesproken afzonderlijk verweer te voeren (hiervoor onder 5.15) De wijze van tenlastelegging waarvoor is gekozen, strekt er enerzijds toe om het gemaakte globale verwijt te concretiseren door het geven van gespecificeerde voorbeelden en anderzijds om tot uitdrukking te brengen dat die voorbeelden representatief zijn voor een groter geheel. De strekking van de tenlastelegging is dus niet om elke transactie uit het dossier die niet expliciet in de tenlastelegging is genoemd, tot afzonderlijk voorwerp van beslissing te maken (zodat partieel moet worden vrijgesproken als de betrokkenheid van de verdachte bij één van die transacties niet bewezen kan worden). De bewijsvraag die moet worden beantwoord, is of juist is dat de gespecificeerde transacties 'pars pro toto' zijn, of - anders gezegd - juist is dat er meer gelijksoortige transacties zijn waaraan de verdachte zich heeft schuldig gemaakt. Op die bewijsvraag dient de verdediging te zijn gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 207e08da1834a4d6e0de06ba7e58fba664ba515be3953f986fef5cbb8c47dd2f, en de alinea staat in dat document op bytes 47032 tot 48285.