Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY4918.

11. Het middel klaagt tenslotte dat het Hof in de bewijsoverwegingen gebruik heeft gemaakt van een proces-verbaal van de terechtzitting van 17 juni 2011, terwijl dit proces-verbaal niet in de aanvulling op het arrest als bewijsmiddel is opgenomen. Het middel stelt een eis die de wet niet kent. Indien het gaat om feiten en omstandigheden die door de rechter redengevend zijn geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging die feiten en omstandigheden aan te duiden, en het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten en omstandigheden zijn ontleend.(7) De bewijsoverwegingen van het Hof, waarbij zowel in de hoofdtekst als in een tweetal voetnoten wordt verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting van 17 juni 2011, voldoet in ruime mate aan deze eis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3bbd12dcd7e6cd94676bfd5b6e618771a0c5d556378367287bac63525e7706d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3bbd12dcd7e6cd94676bfd5b6e618771a0c5d556378367287bac63525e7706d, en de alinea staat in dat document op bytes 28181 tot 29155.