Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5241.

2.13. In hoger beroep hebben de broers uitsluitend de zuster gedagvaard. Vervolgens heeft [verweerder 2] gevorderd in het geding bij het hof te worden toegelaten als gevoegde partij, aan de zijde van de zuster(22). De broers hebben bezwaar gemaakt tegen de toelating van [verweerder 2] in het geding. De zuster heeft zich ten aanzien van de toelating gerefereerd aan het oordeel van het hof. In de 'kop' van de drie arresten is de hoedanigheid van [verweerder 2] niet vermeld. Het hof leest in (punt 4 van) de incidentele memorie tot voeging dat [verweerder 2] de toelating vorderde op grond van het belang dat hij erbij heeft dat de afwikkeling van de nalatenschap naar Nederlands recht geschiedt. Indien de nalatenschap niet naar Nederlands recht wordt afgewikkeld "kan dat tot grote rechtsonzekerheid leiden wat betreft de rechtsgevolgen van de door [verweerder 2] als executeur verrichte rechtshandelingen en feitelijke handelingen", aldus de samenvatting van het standpunt in rov. 2.2(23).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17972cd3ba489c975721e48141f449a1d826e5543fed36d9303f9e9a314e4158. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17972cd3ba489c975721e48141f449a1d826e5543fed36d9303f9e9a314e4158, en de alinea staat in dat document op bytes 34164 tot 35172.