Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5241.

2.16. De tweede klacht gaat uit van de veronderstelling dat [verweerder 2] de toelating vorderde in zijn hoedanigheid van executeur en afwikkelingsbewindvoerder: in dat geval had het hof de vordering tot voeging volgens de klacht behoren af te wijzen, omdat [verweerder 2] niet duidelijk heeft gemaakt dat benadeling of verlies van een aan hem toekomend recht dreigde te geschieden wanneer hij buiten het geding zou blijven. In het bijzonder heeft [verweerder 2] volgens de broers niet duidelijk gemaakt welk nadeel voor zijn positie te duchten was indien het hof zou hebben beslist dat de afwikkeling van de nalatenschap zou moeten plaatsvinden naar Zwitsers recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17972cd3ba489c975721e48141f449a1d826e5543fed36d9303f9e9a314e4158. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17972cd3ba489c975721e48141f449a1d826e5543fed36d9303f9e9a314e4158, en de alinea staat in dat document op bytes 36486 tot 37165.