Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5315.

1.2 De raadsman heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de doorzoeking van de woning van verdachte en de inbeslagneming van de gegevensdragers waarop de kinderpornografische bestanden werden aangetroffen onrechtmatig is geweest, omdat er destijds onvoldoende feiten en omstandigheden waren om een redelijk vermoeden van schuld op te baseren. Aangezien er daarom sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering, inhoudende schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift, en er tevens sprake is van een causaal verband tussen het geschonden voorschrift en het verkregen bewijsmateriaal, dienen de resultaten verkregen door doorzoeking van de woning en de inbeslagneming van de gegevensdragers te worden uitgesloten voor het bewijs, aldus de raadsman.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786ccf1d7d460f75a3fa74299d43273cae36a57864a42ff12a24540c6c73c54a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786ccf1d7d460f75a3fa74299d43273cae36a57864a42ff12a24540c6c73c54a, en de alinea staat in dat document op bytes 6631 tot 7453.