Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5315.

8. In zijn overwegingen stelt het Hof dat het dient te beoordelen of de verbalisanten het verzoek aan de verdachte om toestemming voor het doorzoeken van zijn woning hadden mogen doen en dat het antwoord op deze vraag ontkennend moet zijn vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld van de verdachte aan een strafbaar feit als omschreven in art. 67, eerste lid, Sv. Voorts merkt het Hof op dat het belang van de voorwaarde van de aanwezigheid van een redelijk vermoeden van schuld voor toepassing van het dwangmiddel van art. 97 Sv is gelegen in het voorkomen van willekeurig politieoptreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/786ccf1d7d460f75a3fa74299d43273cae36a57864a42ff12a24540c6c73c54a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 786ccf1d7d460f75a3fa74299d43273cae36a57864a42ff12a24540c6c73c54a, en de alinea staat in dat document op bytes 18234 tot 18856.