Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5326.

17. Bij de vraag over welke informatie de rechter-commissaris beschikte, zal de zittingsrechter zich als regel kunnen baseren op de gedingstukken waarover de rechter-commissaris bij het nemen van zijn beslissing de beschikking had. Daaraan doet niet af dat ook een nadien opgemaakt proces-verbaal licht kan werpen op de vraag of de binnengekomen CIE-informatie in die stukken ten tijde van de beslissing van de rechter-commissaris, in samenhang met andere beschikbare gegevens, betrouwbaar kon worden geacht. Indien het middel erop berust dat bij de toetsing van de beslissing tot doorzoeking geen acht geslagen mag worden op een na de beslissing tot doorzoeking opgemaakt proces-verbaal over de gang van zaken bij de veredeling van CIE-informatie, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het middel berust op de veronderstelling dat het Hof de beslissing van de rechter-commissaris tot doorzoeking van de woning van verdachte niet onrechtmatig oordeelde omdat achteraf is komen vast te staan dat de CIE-informatie betrekking had op deze verdachte, berust het middel op een onjuiste lezing van de overwegingen van het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df453936cd40bfb8aaf52843db3ae9333388e5b8f1a4e18b5d824016666c357b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df453936cd40bfb8aaf52843db3ae9333388e5b8f1a4e18b5d824016666c357b, en de alinea staat in dat document op bytes 40716 tot 41869.