Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5352.
7. Heeft het Hof kunnen aannemen dat het collectieve actierecht een rechtvaardiging oplevert, die maakt dat van het wederrechtelijk vertoeven in het bedrijf geen sprake was? De beantwoording van die vraag hangt af van de reikwijdte van het begrip 'collectieve actie' in art. 6, lid 4 ESH. In een civiele zaak betreffende een bedrijfsbezetting heeft de Hoge Raad de vraag of een bedrijfsbezetting behoort tot het normale type acties dat wordt gedekt door het recht van werknemers op collectief optreden in de zin van art. 6 lid 4 van het ESH, negatief beantwoord (HR 19 april 1991, LJN ZC0217 (Dienstenbond FNV versus Kip)). Rechtspraak en rechtsliteratuur in de verdragsstaten gaven er volgens de Hoge Raad geen blijk van dat de in die staten omtrent art. 6 lid 4 levende rechtsopvattingen zich sedert de totstandkoming van het Handvest (1961) zodanig hadden ontwikkeld dat een dergelijke actie bij een met die rechtsopvattingen strokende uitleg onder de bescherming van de bepaling zou vallen. De rigoureuze actie van de Bonden was daarom niet in beginsel rechtmatig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc9f1b3e0f876c45716309d2a5ff4e8b2d41d578c29e7e8bbccb9021581f3972. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc9f1b3e0f876c45716309d2a5ff4e8b2d41d578c29e7e8bbccb9021581f3972, en de alinea staat in dat document op bytes 18639 tot 19721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc9f1b3e0f876c45716309d2a5ff4e8b2d41d578c29e7e8bbccb9021581f3972 | shasum -a 256