Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY5355.

13. Ik stel voorop dat in het kader van de vraag of een last tot terbeschikkingstelling als bedoeld in art. 37a Sr moet worden gegeven, het aan de rechter is die over de feiten oordeelt om vast te stellen of bij de verdachte ten tijde van het plegen van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Die vaststelling is van feitelijke aard en kan in cassatie slechts op haar begrijpelijkheid worden getoetst. De rechter heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid en is niet gebonden aan door deskundigen uitgebrachte adviezen.(2) Aan de feitenrechter komt derhalve een mate van beoordelingsvrijheid toe bij het waarderen van de rapportages en het maken van een selectie uit die rapportages.(3) Wel geldt dat die waardering en selectie 'in het licht van de desbetreffende rapportage' begrijpelijk moet zijn.(4) Zonder vaststelling dat de verdachte ten tijde van het feit lijdende was aan gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis zijner geestvermogens ten tijde van het gepleegde feit, kan geen TBS worden opgelegd.(5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ff8ede3361115b01e3a841b81de4a4cde25fc6b5479a8e71c8c916ab240ff66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ff8ede3361115b01e3a841b81de4a4cde25fc6b5479a8e71c8c916ab240ff66, en de alinea staat in dat document op bytes 30442 tot 31520.