Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

6.10 Niet in geschil is dat de belanghebbende niet aan deze voorwaarde (ii) voldoet: hij zou, indien feitelijk in Nederland gevestigd, wél aan Nederlandse vennootschapsbelasting zijn onderworpen (zodat hij alsdan, zo merk ik op, de Nederlandse dividendbelasting zou kunnen verrekenen met die eindheffing). De te beantwoorden vraag is of deze niet-onderworpenheidseis een ongerechtvaardigd, voor niet-ingezeten lichamen nadelig verschil in belastingheffing binnen de Nederlandse belastingjurisdictie inhoudt ten opzichte van ingezetenen. Meer specifiek is de vraag of het EU-recht Nederland verplicht om belanghebbendes Finse niet-onderworpenheid aan vennootschapsbelasting voetstoots te erkennen als - voor de toepassing van art. 10 Wet Divb - gelijkwaardig aan niet-onderworpenheid aan Nederlandse vennootschapsbelasting, dan wel de belanghebbende langs de maatstaf mag leggen van zijn nationaalrechtelijke onderworpenheidscriteria: mag Nederland dezelfde onderworpenheidscriteria op de belanghebbende toepassen als op zijn ingezetenen, uitgaande van de werkelijke feitelijke en juridische kenmerken van de belanghebbende (open end beleggingsfondsen zonder rechtspersoonlijkheid) en van op die punten vergelijkbare ingezetenen?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 64795 tot 66038.