Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

6.16 Belanghebbendes beroep op r.o. 20 in de zaak C-330/91, Commerzbank (zie 4.5) kan hem niet baten. Die zaak is wezenlijk geen belastingzaak, maar een civiele zaak over discriminatie bij vertragingsrente: ingezetenen kregen wél wettelijke rente op hun vorderingen op de Staat vergoed en niet-ingezetenen niet. De volzin waarop de belanghebbende zich beroept (niet ter zake doet dat niet-ingezeten vennootschappen in het VK niet vrijgesteld zouden zijn geweest als zij wél UK resident of UK citizen zouden zijn geweest) zegt slechts dat niet ter zake deed welke titel ten grondslag lag aan de geldvordering op de Britse Staat. In het licht van de ratio van de beoordeelde nationale regeling van rentevergoeding bij belastingrestitutie (vergoeding voor onterecht gemis van cash over een lange periode) deed het inderdaad niet ter zake uit welke oorzaak de restitutievordering ontsproot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 76740 tot 77642.