Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.
7.1 De oorspronkelijke regeling in art. 10 Wet Divb had, gezien haar parlementaire geschiedenis, drie hoofddoelen: (i) aantrekkelijk maken van beleggen in c.q. via Nederlandse beleggingsfondsen, (ii) ongedaanmaking van een voorheffing die misplaatst is omdat geen onderworpenheid aan de eindheffing bestaat, en (iii) fiscaal gelijke behandeling van rechtstreekse en collectieve beleggingen. Na de verwijdering van de teruggaaf aan de fbi uit art. 10 Wet Divb per 2008, resteert mijns inziens wezenlijk alleen nog ratio (ii). Aldus betoogt ook de Staatssecretaris. De ratio's met betrekking tot beleggingsfondsen zijn verplaatst naar de afdrachtsverminderingsregeling (art. 11a Wet Divb) en de regeling van de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi), welke laatste regeling voor de belanghebbende geen gezichtspunten biedt omdat een vbi de te haren laste ingehouden dividendbelasting op geen enkele manier kan verrekenen of terugvragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 95651 tot 96599.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6 | shasum -a 256