Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

7.2 Nu Nederland geenszins gehouden is de soevereine fiscale (niet-)onderwerpingskeuzen van andere EU-lidstaten te erkennen en te importeren bij zijn belastingheffing over uitgedeelde Nederlandse vennootschapswinsten, acht ik de belanghebbende niet vergelijkbaar met een in Nederland niet-onderworpen lichaam ex art. 10 Wet Divb. Hij wordt niet op basis van oprichtingsrecht of vestigingsplaats, maar op basis van afwijkende juridische en feitelijke eigenschappen anders behandeld dan ingezeten niet-onderworpen lichamen. Naar die eigenschappen beoordeeld, is de belanghebbende naar Nederlands recht wél onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Met de Staatssecretaris meen ik daarom dat het Hof art. 63 WvEU en art. 10 Wet Divb verkeerd heeft uitgelegd. Ik acht het cassatieberoep daarom gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 96619 tot 97432.