Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

7.4 Nu de belanghebbende bij dooruitdeling niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting, is hij reeds daarom onvergelijkbaar met een ingezeten fbi. Voorts mist hij het volgens Orange Smallcap en Santander wezenlijke kenmerk voor fiscale (quasi)transparantie (een doorstootverplichting). Hij is op de twee meest wezenlijke punten van de Nederlandse fbi-regeling (de Nederlandse dividendbelasting ten laste van de fbi wordt - quasi-meteen - vervangen door Nederlandse dividendbelasting ten laste van de achterliggende aandeelhouders) dus wezenlijk onvergelijkbaar met een fbi. Ook op dit punt wordt hij anders behandeld dan een ingezetene niet op grond van zijn oprichtingsrecht of vestigingsplaats of ander EU-rechtelijk verdacht criterium, maar op grond van zijn juridische en feitelijke eigenschappen, met name inhoudingsplicht en doorstootverplichting, die het verschil in behandeling met een ingezeten fbi bepaald kunnen verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 97652 tot 98619.