Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

4.2 De Staatssecretaris licht toe dat de huidige bedoeling van art. 10(1) Wet Divb niet verder gaat dan rechtspersonen die naar Nederlandse recht niet aan vennootschapsbelasting onderworpen zijn, niet te confronteren met onverrekenbare dividendbelasting over aan het uitgekeerde dividenden. Hij betoogt voorts dat de belanghebbende niet vergelijkbaar is met een in Nederland niet aan vennootschapsbelasting onderworpen lichaam omdat de belanghebbende bij vestiging in Nederland juist wél aan de vennootschapsbelasting onderworpen zou zijn. Ook is de belanghebbende niet vergelijkbaar met de beleggingsinstellingen ex art. 28 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) omdat de belanghebbende formeel noch materieel aan de voorwaarden voldoet die worden gesteld aan de onder dat artikel vallende vennootschappen, aldus de Staatssecretaris. Een vergelijking met de vrijgestelde beleggingsinstelling ex art. 6a Wet Vpb kan de belanghebbende niet baten, nu die rechtspersoon expliciet is uitgesloten van teruggaaf van dividendbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 27617 tot 28675.