Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.
4.4 De belanghebbende wijst bij verweer op de wetsgeschiedenis waaruit volgt dat de wetgever het onverrekend blijven van dividendbelasting ten laste van institutionele beleggers en materieel niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen rechtspersonen ongewenst achtte, nu de opbrengst van andere beleggingen voor hen onbelast was. In het licht van die ratio van art. 10(1) Wet Divb meent de belanghebbende objectief vergelijkbaar te zijn met de lichamen waarvoor art. 10(1) Wet Divb in teruggaaf van dividendbelasting voorziet. Hij wijst op rechtspraak van het HvJ EU waarin dat Hof de situatie van niet-ingezeten dividendgerechtigden gelijk stelt aan die van ingezeten dividendgerechtigden, zoals de zaken ACT Group Litigation(14) (punt 68), Denkavit International(15) (punt 35), Amurta S.G.P.S.(16) (punt 38), Aberdeen Property(17) (punt 40), Commissie v. Italië(18) (punt 52) en Commissie v. Spanje(19) (punt 51).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 30456 tot 31388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6 | shasum -a 256