Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

4.6 De belanghebbende stelt subsidiair dat als hij niet vergelijkbaar zou zijn met de in art. 10(1) Wet Divb bedoelde niet-onderworpen lichamen, hij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling ex art. 28 Wet Vpb. In dat geval zou het door hem ontvangen Nederlandse dividend praktisch niet worden belast omdat ingehouden dividendbelasting in mindering komt op de bij dooruitdeling verschuldigde dividendbelasting, zodat de ingehouden dividendbelasting als het ware geconverteerd wordt in een verrekenbare voorheffing voor de deelnemer in de fbi.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 32355 tot 32922.