Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

3. Indien de inhoudingsplichtige als dochtermaatschappij deel uitmaakt van een fiscale eenheid in de zin van artikel 15, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden de ten laste van haar ingehouden dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen voor de toepassing van de vermindering op de voet van het eerste lid toegerekend aan de moedermaatschappij van die fiscale eenheid. Ingeval vóór het tot stand komen van die fiscale eenheid ten laste van de inhoudingsplichtige dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen zijn ingehouden die nog niet op de voet van het eerste lid tot een vermindering hebben geleid, worden zij toegerekend aan de moedermaatschappij. Bij een verbreking van de fiscale eenheid blijven dividendbelasting en buitenlandse bronheffingen die nog niet op de voet van het eerste lid tot een vermindering hebben geleid, achter bij de moedermaatschappij.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 38452 tot 39363.