Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6887.

6.1 In uw recente arrest HR LJN BV1420(35) oordeelde u dat een in een andere EU-lidstaat gevestigde moedervennootschap gelijke aanspraak heeft op teruggaaf van te haren laste ingehouden Nederlandse dividendbelasting als een vergelijkbare in Nederland gevestigde moedervennootschap voor wie het dividend van haar Nederlandse dochter onder de deelnemingsvrijstelling valt; u oordeelde voorts dat ook de processuele en administratieve mogelijkheden voor een niet-ingezeten moeder om die aanspraak in rechte geldend te maken gelijkwaardig moeten zijn aan die voor ingezetenen. Nu een in Nederland gevestigde aandeelhouder zich binnen drie jaar na afloop van het uitdelingsjaar tot de Inspecteur kan wenden met een verzoek om teruggaaf (art. 21c Uitvoeringsregeling AWR), heeft dezelfde termijn te gelden voor in een andere lidstaat gevestigde aandeelhouders. In HR BNB 2012/22(36) oordeelde u dat het onverkort vasthouden aan die driejaarstermijn in intra-EU-gevallen niet in strijd is met het Unierechtelijke effectiviteitsbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c19c16422bb2968fb28bbe453db7e05de75fff73d937dae0c5315b1ecba520a6, en de alinea staat in dat document op bytes 54028 tot 55070.