Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY6949.
3.9.8 De kantonrechter heeft in eerste aanleg uitvoerig getuigen gehoord in enquête en in contra-enquête. Daarbij is een aanzienlijk deel van de getuigen gehoord die [eiser] in zijn inleidende dagvaarding had genoemd. In eerste aanleg heeft [eiser] niet toegelicht wie van de in de inleidende dagvaarding genoemde getuigen een verklaring kan afleggen over welk onderdeel van zijn afzonderlijke stellingen. Dat hoefde in eerste aanleg in beginsel niet in de weg te staan aan het honoreren van een bewijsaanbod, maar dat wordt anders in hoger beroep wanneer ook dan een dergelijke toelichting achterwege wordt gelaten. Dit klemt temeer omdat [eiser] ook niet te kennen heeft gegeven dat hij één of meer van de in eerste aanleg reeds gehoorde getuigen opnieuw wenst te doen horen en/of dat hij één of meer nog niet gehoorde getuigen zou willen doen horen over zijn thans aan de orde zijnde stellingen. Uit de hiervoor onder 3.9.5 weergegeven stellingen van [eiser] in hoger beroep moet in ieder geval worden afgeleid dat hij de in eerste aanleg afgelegde getuigenverklaringen relevant acht voor het bewijs van zijn stelling dat het ontslag kennelijk onredelijk is gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8749502eec900308877bb609d4832264a2a3c822ab3f9ba565d599ed6fd8da36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8749502eec900308877bb609d4832264a2a3c822ab3f9ba565d599ed6fd8da36, en de alinea staat in dat document op bytes 12316 tot 13504.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8749502eec900308877bb609d4832264a2a3c822ab3f9ba565d599ed6fd8da36 | shasum -a 256