Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7673.

In deze uitspraak gaat het over een ten onrechte niet aangegeven uitkering uit een lijfrentepolis in het jaar 2003, waarbij het de vraag is of navordering mogelijk is. Het geschil komt in veel van deze procedures neer op de vraag of sprake is van kwade trouw als bedoeld in art. 16, lid 1, AWR. De inspecteur beschikt niet over een nieuw feit, omdat de verzekeraar de uitkering heeft gerenseigneerd aan de Belastingdienst. De enige optie voor de inspecteur is dan te stellen dat sprake is van kwade trouw. Dit betekent in de onderhavige casus dat de belastingplichtige de inspecteur opzettelijk juiste informatie - namelijk de gegevens over de uitkering - heeft onthouden. Nu dat laatste duidelijk is - de uitkering was immers niet opgenomen in de aangifte - draait het in al deze procedures om de vraag of de belastingplichtige opzettelijk, daaronder ook begrepen voorwaardelijk opzettelijk, of grof schuldig heeft gehandeld. Met andere woorden: de geestesgesteldheid van belanghebbende bij het doen van de aangifte moet worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9, en de alinea staat in dat document op bytes 90347 tot 91402.