Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7673.

Indien de adviseur nadere informatie en bescheiden zou hebben opgevraagd, zou het hem onmiddellijk duidelijk zijn geworden dat geen sprake was van een kapitaaluitkering, maar van afkoop van een in 1978 afgesloten kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Op een dergelijke verzekering is van toepassing artikel 1, onderdeel O, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001. De adviseur had moeten onderzoeken of de laatste volzin van het eerste lid van voormeld artikelonderdeel van toepassing was. Indien dit het geval was, moest de uitkering in zoverre worden aangemerkt als een belastbare periodieke uitkering uit een inkomensvoorziening als bedoeld in artikel 3.100 en in 7.2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet. De adviseur diende daarom na te gaan of en in hoeverre de onderwerpelijke uitkering volgens de op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) op 31 december 2000 geldende regels tot de inkomsten uit vermogen zou behoren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9, en de alinea staat in dat document op bytes 24063 tot 25043.