Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7673.

7.4. De omstandigheid dat de adviseur heeft nagelaten nadere informatie en bescheiden op te vragen en zich in de toepasselijke wettelijke bepalingen te verdiepen brengt het Hof tot het oordeel dat de adviseur zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de niet als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat te weinig belasting zou worden betaald door de ontvangen uitkering niet in de aangifte te vermelden (voorwaardelijk opzet). Er is derhalve sprake van kwade trouw bij de voormalige adviseur. In de context van artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dient kwade trouw van degene van wiens hulp de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt om aan zijn verplichting tot het doen van aangifte te voldoen, aan de belastingplichtige te worden toegerekend (vergelijk Hoge Raad 23 januari 2009, nr. 07/10942 LJN: BD3566).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9, en de alinea staat in dat document op bytes 25333 tot 26177.