Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7673.

3.2 Als cassatiemiddel heeft belanghebbende voorgesteld schending althans onjuiste toepassing van het recht, in het bijzonder van artikel 16, lid 1, AWR en/of schending van artikel 8:77 Awb, althans verzuim van vormen, omdat het Hof ten onrechte dan wel op gronden die de beslissing niet kunnen dragen, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk zijn, heeft geoordeeld dat de adviseur van belanghebbende zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de niet als denkbeeldig te verwaarlozen kans dat te weinig belasting zou worden betaald door de ontvangen uitkering niet in de aangifte IB/PVV van belanghebbende over het jaar 2003 te vermelden en dat sprake is van voorwaardelijke opzet en derhalve van kwade trouw, welke kwade trouw aan belanghebbende dient te worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 130d071ab8ce537fbce70afd6c924cbf45a146f31d8bd07b8b9960edf767b7b9, en de alinea staat in dat document op bytes 27193 tot 27993.