Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012
Alinea 321 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7676.
4.2.2 Ter zitting van 5 september 2011 heeft verzoekster meegedeeld dat zowel telefonisch door de griffie, als op 14 juli 2011 door de bode, geweigerd is om aan haar de naam van de behandelend rechter te noemen. Als van een dergelijke weigering sprake is geweest - wat nog niet zonder meer uit de door verzoekster gegeven toelichting blijkt - , zou de klacht van verzoekster op zichzelf gegrond zijn. Maar zelfs indien van een weigering de naam van de behandelend rechter te noemen sprake is geweest, kan dit enkele gegeven niet tot het oordeel leiden dat daardoor bij verzoekster een objectief gerechtvaardigde vrees kan ontstaan, dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig zal zijn. Vorenstaande geldt temeer waar verzoekster ter zitting heeft verklaard dat zij tevoren niet wist dat de rechter inderdaad de zaak opnieuw zou behandelen en dat zij, als zij dit wel had geweten, daar geen bezwaar tegen zou hebben gemaakt
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/632fefe53fdf8495cb01a339aca791e8127d55dbf45a1d0a7e9c037d7fb86357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 632fefe53fdf8495cb01a339aca791e8127d55dbf45a1d0a7e9c037d7fb86357, en de alinea staat in dat document op bytes 135956 tot 136910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/632fefe53fdf8495cb01a339aca791e8127d55dbf45a1d0a7e9c037d7fb86357 | shasum -a 256