Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012

Alinea 413 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY7676.

3.7. Met betrekking tot de betalingen van belanghebbende aan B heeft het Hof geoordeeld dat geen sprake is van een verplichting als bedoeld in zijn hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel. Het heeft hiervoor redengevend geoordeeld dat bij het beëindigen van de samenleving tussen belanghebbende en B geen aanleiding is gevonden tot het afspreken van enige betaling op grond van een dringende morele verplichting, en dat tussen de beëindiging van de samenleving en de eerste door belanghebbende aan B gedane betaling in 1990 een belangrijk tijdsverloop bestaat. Aan de omstandigheid dat B geen haar passende betrekking kon vinden, komt, aldus het Hof, voor de hier aan de orde zijnde vraag geen doorslaggevende betekenis toe. Hiertegen keren zich de middelen III en V.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/632fefe53fdf8495cb01a339aca791e8127d55dbf45a1d0a7e9c037d7fb86357. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 632fefe53fdf8495cb01a339aca791e8127d55dbf45a1d0a7e9c037d7fb86357, en de alinea staat in dat document op bytes 173062 tot 173840.