Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY8742.
3.2 Ten eerste dient voor de vraag of een privaatrechtelijke dienstbetrekking voorhanden is acht worden geslagen op zowel de bedoelingen die partijen bij het aangaan van de overeenkomst hadden, als op de wijze waarop vervolgens in de praktijk uitvoering is gegeven aan de overeenkomst. De feiten en omstandigheden rechtvaardigen volgens belanghebbende de conclusie dat de partijbedoeling bij het aangaan van de leerovereenkomst niet gericht was op het aangaan van een arbeidsovereenkomst. Het Hof heeft hier in zijn uitspraak geen aandacht aan besteed waardoor zijn oordeel i) ofwel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting doordat hij de partijbedoeling niet als relevant aanmerkte voor de beantwoording van de kwalificatievraag ii) ofwel onvoldoende is gemotiveerd, omdat het geen inzicht heeft geboden in de overweging om de partijbedoeling terzijde te schuiven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0589a04483fc9ca89757bbfe4b1e09c3d2ac8bf4b65516023ebd624ce68a5140. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0589a04483fc9ca89757bbfe4b1e09c3d2ac8bf4b65516023ebd624ce68a5140, en de alinea staat in dat document op bytes 20415 tot 21297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0589a04483fc9ca89757bbfe4b1e09c3d2ac8bf4b65516023ebd624ce68a5140 | shasum -a 256