Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY8742.

3.5 Bij de beoordeling van het middel wordt voorgesteld dat partijen die een overeenkomst sluiten welke strekt tot het verrichten van werk tegen betaling, deze overeenkomst op verschillende wijzen kunnen inrichten, en dat wat tussen hen heeft te gelden wordt bepaald door hetgeen hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Aan de hand van de op deze wijze vastgestelde inhoud van de overeenkomst kan de rechter vervolgens bepalen of de overeenkomst behoort tot een van de in de wet geregelde bijzondere overeenkomsten (HR 14 november 1997, nr. 16453, NJ 1998, 149).(...) Wanneer immers beide partijen, zoals Diosynth in hoger beroep gemotiveerd heeft gesteld, bij het aangaan van de tussen hen gesloten acquisitie-overeenkomst hebben beoogd dat deze als een overeenkomst van opdracht en niet als een arbeidsovereenkomst diende te worden aangemerkt, is dat van belang - zij het niet zonder meer beslissend - voor de tussen partijen betwiste kwalificatievraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0589a04483fc9ca89757bbfe4b1e09c3d2ac8bf4b65516023ebd624ce68a5140. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0589a04483fc9ca89757bbfe4b1e09c3d2ac8bf4b65516023ebd624ce68a5140, en de alinea staat in dat document op bytes 29784 tot 30912.