Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BZ2215.

4.12. De hiervoor besproken opvattingen hebben een belangrijk punt gemeen. Dat is dat een ontnemingsvordering die op een niet onherroepelijke rechterlijke beslissing is gebaseerd, alleen voorwaardelijk ter verificatie kan worden aangeboden. De voorwaarde is daarbij dat die beslissing in kracht van gewijsde gaat. En dat kan alleen als de ontnemingsprocedure wordt voortgezet. Voor een schorsing van die procedure op voet van art. 29 Fw is zo gezien geen plaats. Dat is ook van belang als het openbaar ministerie na beëindiging van het faillissement ten aanzien van het niet voldane gedeelte van de vordering zelfstandig tot verhaal wil overgaan. Kortmann en Rijckenberg (a.w., p. 945) stellen dat dan voor de ontnemingsvordering van de Staat bij wijze van uitzondering op de normale regel heeft te gelden "dat er slechts sprake kan zijn van een executoriale titel indien de uitspraak in de ontnemingsprocedure onherroepelijk is".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/030ce58c317dceb6b98ec9811274563ea39b3367511ecb97d308da96002b6282. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 030ce58c317dceb6b98ec9811274563ea39b3367511ecb97d308da96002b6282, en de alinea staat in dat document op bytes 18829 tot 19773.