Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BZ2215.
5.14. De middelen berusten op de opvatting dat de door de Belgische rechter opgelegde verbeurdverklaring aangemerkt moet worden als "een uit hoofde van eerdere beslissingen opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel" in de zin van art. 36e lid 7 (oud) Sr. De vraag is of die opvatting juist is. Het gaat mij daarbij niet om de vraag of juist is dat de Belgische verbeurdverklaring dezelfde functie vervult als de Nederlandse ontnemingsmaatregel. De vraag waarom het wel gaat, is verstrekkender: heeft bedoeld artikellid mede betrekking op ontnemingsmaatregelen die zijn uitgesproken door een buitenlandse rechter?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/030ce58c317dceb6b98ec9811274563ea39b3367511ecb97d308da96002b6282. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 030ce58c317dceb6b98ec9811274563ea39b3367511ecb97d308da96002b6282, en de alinea staat in dat document op bytes 34299 tot 34990.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/030ce58c317dceb6b98ec9811274563ea39b3367511ecb97d308da96002b6282 | shasum -a 256