Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1007.
2.3 In het licht van de in het EVRM gewaarborgde verdedigingsrechten is het gebruik voor het bewijs van een ambtsedig proces-verbaal voor zover inhoudende een voor de verdachte belastende, niet ter terechtzitting afgelegde, verklaring niet zonder meer ongeoorloofd en in het bijzonder niet onverenigbaar met art. 6, lid 1, en lid 3, aanhef en onder d, EVRM. Van zulke onverenigbaarheid is in ieder geval geen sprake indien de verdediging in enig stadium van het geding, hetzij op de terechtzitting hetzij daarvoor, de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen. Voorts is van ongeoorloofdheid als hiervoor bedoeld geen sprake indien genoemde gelegenheid heeft ontbroken, doch die verklaring in belangrijke mate steun vindt in andere bewijsmiddelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe5ca302428574f323de09ff2a40824ecaa729c06eea25094cdfabebdc2e7fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe5ca302428574f323de09ff2a40824ecaa729c06eea25094cdfabebdc2e7fa, en de alinea staat in dat document op bytes 7068 tot 7975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cbe5ca302428574f323de09ff2a40824ecaa729c06eea25094cdfabebdc2e7fa | shasum -a 256