Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1007.

2.9. Anders dan het middel voorstaat, valt aan de jurisprudentie van het EHRM niet te ontlenen dat een dergelijke voorziening ter verkorting van de levenslange gevangenisstraf dient te bestaan uit een wettelijk voorgeschreven periodieke herbeoordeling van de straf door een rechter. Volgens het EHRM is "for the purposes of article 3" voldoende dat de duur van de straf "de iure en de facto" te eniger tijd kan worden verkort. Dat neemt niet weg dat een toetsing als door het middel wordt bepleit vanuit het perspectief van de door het EHRM genoemde "purposes of article 3" wel geëigend kan zijn om de in die verdragsbepaling vervatte waarborg gestalte te geven. De beantwoording van de vraag of en zo ja, in welke vorm, een dergelijke wettelijke regeling is aangewezen, gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbe5ca302428574f323de09ff2a40824ecaa729c06eea25094cdfabebdc2e7fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbe5ca302428574f323de09ff2a40824ecaa729c06eea25094cdfabebdc2e7fa, en de alinea staat in dat document op bytes 15952 tot 16790.