Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Onder 2.5. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1075.

In het geval, bedoeld in art. 14d en 14e Wet Bopz, is niet nodig dat de patiënt eerder in een psychiatrisch ziekenhuis was opgenomen. De rechter heeft de machtiging tot opneming immers voorwaardelijk verleend (art. 14a). Op grond van art. 14d doet de aangewezen geneesheer-directeur de betrokkene alsnog opnemen in het psychiatrisch ziekenhuis indien buiten de inrichting het gevaar niet langer kan worden afgewend door de naleving van de door de rechter gestelde voorwaarden. Daarnaast kan de geneesheer-directeur de betrokken patiënt doen opnemen wanneer deze de door de rechter gestelde voorwaarden niet naleeft. Vervolgens kan de patiënt op grond van art. 14e via de officier van justitie een beslissing van de rechter uitlokken met betrekking tot de opneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14375.