Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1075.

Ik bespreek eerst het voorwaardelijk incidenteel middel, dat de verst gaande strekking heeft. Als achtergrondinformatie kan dienen dat onder de Krankzinnigenwet de regel bestond dat indien vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging een aansluitende machtiging was gevorderd, het onvrijwillig verblijf in het ziekenhuis werd voortgezet totdat op dat verzoek was beslist; zie art. 24 lid 5 (oud) Kw. In de Wet Bopz is dit stelsel gehandhaafd, evenwel met dien verstande - kort gezegd - dat voor gevallen waarin de betrokkene al in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, in de wet een termijn is bepaald waarbinnen de rechter over het verzoek van de officier van justitie een beslissing moet nemen; zie art. 2 lid 4 in verbinding met art. 9 lid 1 Wet Bopz (drie weken). Voor het verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf geldt op grond van art. 17 lid 2 een beslistermijn van vier weken . Het overschrijden van deze beslistermijn wordt niet beschouwd als een verzuim van vormen waarvan de niet-inachtneming uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd of waarbij zodanige nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vorm (art. 79 RO). Dit wil niet zeggen dat een overschrijding van de beslistermijn zonder consequenties blijft. Wordt het verzoek van de officier van justitie afgewezen of is de beslistermijn verstreken zonder dat de rechter het verzoek heeft ingewilligd, dan behoort de geneesheer-directeur terstond aan de patiënt ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis te verlenen tenzij voortzetting van het verblijf als een vrijwillig opgenomen patiënt gewenst is en de betrokkene blijk geeft van de nodige bereidheid daartoe (art. 48, lid 1 onder b, Wet Bopz). Als gevolg van dit stelsel heeft een rechterlijke verblijfsmachtiging na het verstrijken van haar looptijd een zekere ‘nawerking’, namelijk gedurende de termijn waarbinnen de rechter moet beslissen over een tijdig ingediend verzoek tot verlening van een aansluitende machtiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205, en de alinea staat in dat document op bytes 22681 tot 24760.