Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013
Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1075.
Bij het tot stand brengen van de regeling van de voorwaardelijke machtiging in 2002 heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het bestaande stelsel van opeenvolgende rechterlijke machtigingen . Zo heeft een (eerste) voorwaardelijke machtiging een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden (art. 14c lid 1). De rechter kan op verzoek van de officier van justitie telkens een nieuwe voorwaardelijke machtiging verlenen met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar: zie art. 14c lid 2. Artikel 14c lid 6 bepaalt dat de officier van justitie het verzoek tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging indient tijdens de zesde of vijfde week vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205, en de alinea staat in dat document op bytes 24841 tot 25647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205 | shasum -a 256