Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1075.

Onderdeel 3 van het principaal middel klaagt dat de onder 1 en 2 bestreden oordelen bovendien blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, omdat de rechtbank onvoldoende oog heeft gehad voor de eisen die art. 5 EVRM aan de nationale regelgeving stelt. Met name had de rechtbank behoren te onderzoeken of de regeling in art. 14a - 14f Wet Bopz, zoals door haar uitgelegd, in overeenstemming is met de aan art. 5 EVRM ten grondslag liggende beginselen van voorzienbaarheid en toegankelijkheid. De rechtszekerheid eist volgens het middel “dat geen enkele onduidelijkheid bestaat over de rechtskracht en geldigheidsduur van beschikkingen waarbij een machtiging ingevolge de Wet Bopz wordt verleend en die volgens de wet als verblijfstitel kunnen dienen” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ea4bf7c4b6d67481d9efdcb3dc136036132c2ae8d2db5a8235748bb9ed4205, en de alinea staat in dat document op bytes 34808 tot 35688.