Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Onder 4.39 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1102.
Vragen die niet eenvoudig zijn te beantwoorden. Het zou wel mooi zijn als de wetgever deze materie zou hebben geregeld, maar zover is het nog niet gekomen. Opmerking verdient in dit verband dat de Regering in de destijds voor het EHRM hangende zaak Voorhuis tegen Nederland, appl. Nr. 28692/06 geconfronteerd werd met een klaagster die zich (onder meer) beklaagde over de lange duur van een civiele procedure voor de Nederlandse rechter. De Regering heeft in die zaak bij brief van 18 september 2008 het EHRM verzocht het verzoek van Voorhuis op dit punt te royeren in verband met de omstandigheid dat de Regering erkende dat de duur van de procedure die Voorhuis in Nederland had gevoerd niet strookte met de eis van een redelijke duur als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM alsmede dat Voorhuis geen “effective remedy” tot haar beschikking had gehad als bedoeld in art. 13 EVRM terwijl de Staat bereid was Voorhuis een bedrag van € 5.000 te betalen ter vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. Voorts deelde de Regering in die brief mee:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6, en de alinea staat in dat document op bytes 82131 tot 83263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6 | shasum -a 256