Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013

Onder 4.1 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1102.

Alvorens meer in het bijzonder in te gaan op de afzonderlijke klachten van het onderdeel constateer ik het navolgende. In de rov. 2.13-2.17 heeft de rechtbank zich bezig gehouden met de beantwoording van de vraag wat “de civiele rechter” zou hebben beslist op een vordering op de voet van art. 5:79 BW tot opheffing van de erfdienstbaarheid en in rov. 5.18 heeft zij een beredeneerd antwoord gegeven op de vraag in hoeverre “de civiele rechter” aan de opheffing (op de voet van art. 5:81 BW) een schadeloosstelling zou koppelen. Het lijkt erop dat de rechtbank uit het oog verloor dat zijzelf in de onderhavige zaak evengoed als civiele rechter besliste . Maar wat daarvan zij, duidelijk is dat de vragen m.b.t. toepassing van de art. 5:79 en 5:81 BW buiten het gebied van het onteigeningsrecht in eigenlijke zin liggen. De rechtsklachten van onderdeel 1 hebben deels betrekking op onteigeningsrecht en deels op de regeling van de opheffing van erfdienstbaarheden in Boek 5 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6, en de alinea staat in dat document op bytes 27077 tot 28138.