Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1102.

De eerste klacht is een onteigeningsrechtelijke klacht, te vinden in de nrs 1.1-1.3 (blz. 5 van de cassatiedagvaarding). Betoogd wordt (nr 1.3) dat het oordeel van de rechtbank in de rov. 2.12-2.18 blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting voor zover de rechtbank zich bij het bepalen van de schadeloosstelling enkel dan wel in hoofdzaak heeft gebaseerd op haar vaststelling dat de civiele rechter bij de afweging van belangen in het kader van een opheffingsvordering ex artikel 5:79 BW tot het slotoordeel zal komen dat de interveniënten geen redelijk belang meer hebben bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid en dat het ook niet aannemelijk is dat het redelijk belang voor hen nog zal terugkeren en in het verlengde daarvan de erfdienstbaarheid zal opheffen. Aldus oordelende zou de rechtbank hebben miskend dat de erfdienstbaarheid zich laat waarderen door de schatting van het verschil in de waarde van het heersende erf zonder en met de aanwezigheid van het servituut, waarbij wel rekening wordt gehouden met een verwachting omtrent de toepassing van art. 5:79, maar dit rekening houden komt, aldus de klacht, niet in de plaats van de primaire wijze van waardering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6, en de alinea staat in dat document op bytes 28217 tot 29453.