Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1102.
Het bovenstaande is voor de ondergetekende aanleiding geweest het geval waarin de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid meer heeft terwijl het niet aannemelijk is dat het redelijk belang zal terugkeren, in het onderhavige artikel te regelen. Dat dit geval in een afzonderlijk artikel is opgenomen, gecombineerd met dat waarin de uitoefening van de erfdienstbaarheid onmogelijk is geworden, vindt zijn oorzaak hierin dat in beide gevallen de eigenaar van het dienende erf slechts opheffing van de erfdienstbaarheid kan vorderen. Een actie tot wijziging van de erfdienstbaarheid behoefde in deze gevallen niet geregeld te worden, omdat de eigenaar van het dienende erf deze nimmer zou instellen: de erfdienstbaarheid kan immers in beide gevallen toch niet worden uitgeoefend, in het ene geval omdat dit onmogelijk is, in het andere geval omdat uitoefening misbruik van recht zou opleveren. Het enige belang dat de eigenaar van het dienende erf bij de actie tot opheffing geregeld in artikel 8a heeft, is daarom dat de erfdienstbaarheid uit de openbare registers verdwijnt. Dit laatste brengt bovendien mee dat ook artikel 8 lid 2 – het verbinden van voorwaarden aan een toewijzing van de vordering – bij de vordering van artikel 8a niet zou passen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6, en de alinea staat in dat document op bytes 36905 tot 38296.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/98f340d1ef8c2b31fcc9d38b9d51a8ca6834e180b47faa7e6073b7d24bc288f6 | shasum -a 256