Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.
Uit de getuigenverklaringen blijkt dat het de alles overheersende wens van erflaatster was om haar ouders, en in ieder geval haar moeder, vanwege de slechte relatie die zij met haar moeder had, te onterven. Erflaatster heeft de onterving van de ouders bewerkstelligd door middel van de benoeming van haar broer [eiser] tot enig erfgenaam, een, naar het hof ambtshalve bekend, in de notariële praktijk niet ongebruikelijke wijze van onterving. Dat zij [eiser] tot erfgenaam heeft benoemd vond zij, gelet op het feit dat zij dit gegeven slechts tegenover een tweetal getuigen heeft genoemd, kennelijk van ondergeschikt belang. Uit de verklaringen van deze twee getuigen, [getuige 1] en [getuige 2], blijkt bovendien dat zij haar broer [eiser] als erfgenaam heeft aangewezen omdat zij meende dat er niemand anders was aan wie zij kon of wilde nalaten. Daaruit volgt dat bij het onterven van de ouders het aanwijzen van [eiser] als erfgenaam is geschied omdat erflaatster meende dat er geen alternatief bestond. Een uitdrukkelijke bedoeling om juist [eiser] te laten erven valt daaruit niet op te maken. De conclusie luidt dan ook dat [verweerder] is geslaagd in zijn bewijsopdracht. Hetgeen door de getuigen in de contra-enquête is verklaard maakt dat niet anders.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 18068 tot 19344.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7 | shasum -a 256