Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 10. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.

In deze zaak is terecht ervan uitgegaan dat het onderhavige, in 1980 verleden testament dient te worden uitgelegd aan de hand van de maatstaf van art. 4:46 BW nu de erflaatster na de inwerkingtreding van het huidige erfrecht is overleden. Daaraan voeg ik toe dat uw Raad ook reeds onder vigeur van het vóór de inwerkingtreding van het thans geldende erfrecht heeft aanvaard dat de uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen dient te geschieden aan de hand van de maatstaf die is neergelegd in art. 4:46 lid 1 en lid 2 BW. Zie HR 22 januari 1965 en HR 9 april 1965, LJN AC2536 resp. LJN AC0801, NJ 1966/177 en 178, m.nt JHB. Zie verder ook HR 17 november 2000, LJN AA8368, NJ 2001/349, m.nt. WMK en HR 3 december 2004, LJN AR0196, NJ 2005/58, m.nt. WMK, waarin uw Raad – onder verwijzing naar de evengenoemde arresten van 22 januari 1965 en van 9 april 1965 – overwoog dat ook naar oud recht al de inmiddels in art. 4:46 BW vastgelegde norm gold. Die jurisprudentie van uw Raad heeft derhalve haar betekenis gehouden na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 22844 tot 23926.