Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Onder 13. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.
Perrick tekent aan dat wellicht de laatste jurisprudentie van de Hoge Raad (de hiervoor genoemde beschikking van 17 november 2000) een kentering zal blijken in te houden. Ik wees reeds daarop in mijn conclusie voor het arrest van uw Raad van 8 februari 2013, LJN BY2595, NJ 2013/238, m.nt. S. Perrick. Daarbij tekende ik aan dat in die zaak van 8 februari 2013 in het midden kon blijven of met de door Perrick genoemde beschikking sprake is van een kentering of een bevestiging van eerdere jurisprudentie aangezien in die zaak het hof in cassatie onbestreden had vastgesteld dat de litigieuze bepalingen in het testament ‘zinloos’ waren aangezien de in die bepalingen geregelde situaties zich ten tijde van het opmaken van het testament, naar de erflater wist, niet voor deden en zich ook in de toekomst niet meer zouden kunnen voordoen, zodat ingevolge het tweede lid van art. 4:46 BW daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil voor uitleg van een uiterste wilsbeschikking mogen worden gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 32368 tot 33400.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7 | shasum -a 256