Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 18. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.

In rov. 6 van zijn tussenarrest heeft het hof het betoog van [verweerder] dat het testament nietig is wegens het ontbreken van een wil als bedoeld in art. 3:33 BW, verworpen met de overweging dat ook indien ervan wordt uitgegaan dat ten tijde van het opmaken van het testament met de testamentaire erfstelling slechts werd beoogd te voorkomen dat de ouders van erflaatster zouden erven, dat dan nog de inhoud van het testament op dat moment overeenstemde met de wil van erflaatster, namelijk om met genoemd oogmerk haar broer tot erfgenaam te benoemen. Met deze overweging heeft het hof niet tot uitdrukking gebracht dat het testament aldus moet worden uitgelegd dat ‘duidelijk’ is dat erflaatster beoogde dat haar broer ook haar erfgenaam zou zijn ingeval zij niet langer ongehuwd zou zijn. Het hof heeft slechts de stelling verworpen dat het testament nietig is wegens het ontbreken van een wil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 43492 tot 44409.