Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Onder 18. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.
Voor zover het onderdeel zou willen betogen dat uit de overweging van het hof dat niet in debat is dat in taalkundige zin de bewoordingen van de testamentaire bepaling helder zijn, volgt dat het testament duidelijk is, faalt het. Het zou dan eraan voorbijzien dat bij de uitleg van een uiterste wil op de voet van art. 4:46 BW niet als maatstaf geldt de zuiver grammaticale methode, waarbij uitsluitend wordt nagegaan welke betekenis de in de uiterste wil opgenomen bewoordingen op zichzelf genomen hebben, doch dat steeds rekening moet worden gehouden met de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen en met de omstandigheden waaronder deze is verleden. Ook bij een uiterste wilsbeschikking die op het eerste gezicht duidelijk is, dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wilsbeschikking kennelijk wenst te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is opgemaakt, zoals hierboven is uiteengezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 46171 tot 47129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7 | shasum -a 256