Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 21. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.

Middelonderdeel III.1 (middelonderdeel III bevat vijf subonderdelen) klaagt dat het hof in rov. 2.1 van zijn eindarrest en in rov. 7.2 van zijn tussenarrest is uitgegaan van een verkeerd criterium voor de beantwoording van de vraag of het testament duidelijke zin heeft, althans de leden 1 en 2 van art. 4:46 BW heeft geschonden. Gelet op het vaststaande feit dat het testament glashelder is, kan immers uit de enkele omstandigheden waaronder het testament is gemaakt en los van verklaringen van erflaatster die in de procedure te berde zijn gebracht, aldus dit onderdeel, niet de conclusie worden getrokken dat erflaatster in elk geval de verhouding met haar ouders wilde regelen, althans dat het testament geen duidelijke zin heeft. Het verwijt het hof bovendien, als ik het goed begrijp, dat het niet had mogen oordelen dat [eiser] niet, althans onvoldoende, gemotiveerd heeft weersproken dat erflaatster wilde voorkomen dat bij haar overlijden haar ouders erfgenaam zouden zijn omdat het hof kennelijk met zijn oordeel onder meer doelt op de verklaringen van erflaatster die [verweerder] in de procedure te berde heeft gebracht, althans die haar in de mond zijn gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 48420 tot 49606.