Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Onder 27. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.

Middelonderdeel III.4 voert aan dat het hof gelet op zijn overweging “zoals de omstandigheden ten tijde van het overlijden” in rov. 2.1 van het eindarrest kennelijk mede het oog heeft gehad op toekomstige omstandigheden. Het middelonderdeel betoogt dat dit ook volgt uit rov. 2.4 van het eindarrest, waar het hof laat meewegen dat de ouders van erflaatster ten tijde van haar overlijden reeds waren overleden en dat erflaatster toen reeds ruim 11 jaar gelukkig met [verweerder] was getrouwd. Het onderdeel klaagt dat dit kennelijk laten meewegen van toekomstige omstandigheden getuigt van een onjuiste rechtsopvatting nu uitsluitend de situatie ten tijde van de making relevant is. Het onderdeel klaagt dat daarnaast geldt dat [eiser] uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan op dit verbod van het laten meewegen van toekomstige omstandigheden en dat het hof door aan de essentiële stelling van [eiser] geen kenbare aandacht te besteden een apert onbegrijpelijk oordeel heeft gegeven, dan wel zijn gedachtegang met onvoldoende redenen heeft omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 55332 tot 56396.