Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Onder 28. Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:PHR:2013:111.
Dit middelonderdeel kan evenmin slagen. In de hiervoor onder 11 geciteerde passages uit de parlementaire geschiedenis is op de vraag of in het kader van de uitlegregel van lid 1 van art. 4:46 BW ook met posterieure feiten en gebeurtenissen rekening moet kunnen worden gehouden, geantwoord dat op een omstandigheid waaronder de erflater de uiterste wil heeft gemaakt, moet worden gelet omdat zijn daarbij verklaarde wil een reactie op die omstandigheid kan zijn. Die wil kan echter, zo werd betoogd, niet zijn beïnvloed door een posterieure gebeurtenis, behalve in die zin dat de erflater het voorvallen van deze, toen nog toekomstige, gebeurtenis kan hebben verwacht, in welk geval het echter deze verwachting is, die als omstandigheid waaronder de uiterste wil is gemaakt, in aanmerking komt. Staat vast, zo werd betoogd, dat een uiterste wil geen duidelijke zin heeft zonder daden of verklaringen van de erflater en dient de uiterste wil met behulp van die daden en/of verklaringen op de voet van het tweede lid van art. 4:46 BW te worden uitgelegd, dan kunnen ook posterieure daden en verklaringen dienen ter opsporing van zijn bedoelingen die hem bij de verklaring van zijn uiterste wil hebben geleid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7, en de alinea staat in dat document op bytes 56496 tot 57717.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44c340aed83dfa802efb142345db55476e3e5fbb8e6399e2dd490983622390c7 | shasum -a 256